Uitspraak
Datum uitspraak: 31 maart 2021
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
De raad van de gemeente Zaanstad stelde op 2 juli 2020 het bestemmingsplan Houthavenkade vast, waarin een transformatie van een bedrijventerrein naar een woonwijk met maximaal 710 woningen en maatschappelijke voorzieningen is voorzien. Diverse bedrijven, waaronder Engie Services Nederland N.V., [appellante sub 2], [appellante sub 3] en Exter B.V., stelden beroep in tegen dit plan en het besluit hogere waarden geluid.
Engie betoogde dat de woonbestemming nabij haar bedrijf haar bedrijfsactiviteiten zou belemmeren door geluid en dat het plan onvoldoende duidelijkheid biedt over maatregelen en geluidwering. De Afdeling oordeelde dat Engie haar bedrijfsvoering mag voortzetten op grond van overgangsrecht en dat het maatwerkvoorschrift geen beperkende gevolgen voor Engie zal hebben. Wel werd geoordeeld dat het plan onzorgvuldig is voorbereid omdat geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen niet zijn uitgesloten van de definitie van maatschappelijke voorzieningen, wat strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit onderdeel van het plan wordt vernietigd en aangepast.
De beroepen van [appellante sub 2], [appellante sub 3] en Exter werden ongegrond verklaard. De Afdeling overwoog dat het plan geen onaanvaardbare beperkingen oplegt aan hun bedrijfsvoering, dat geur- en stofeffecten adequaat zijn beoordeeld, en dat er geen concrete uitbreidingsplannen waren die meegewogen hadden moeten worden. Ook werd geoordeeld dat het plan in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening en dat de intentieovereenkomst met Exter niet in de weg staat aan het plan.
De Afdeling veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten aan Engie en wees andere kostenveroordelingen af.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor het onderdeel geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen en artikel 1.48 wordt aangepast; overige beroepen worden ongegrond verklaard.