ECLI:NL:RVS:2021:718
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet naleven valbeveiligingsvoorschriften binnenvaart
Op 23 juli 2016 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer van een vennootschap viel van een duwbak en ernstig letsel opliep. De Inspectie SZW stelde vast dat er geen voorzieningen waren getroffen om valgevaar tegen te gaan, in strijd met artikel 3.16, vijfde lid, van het Arbobesluit. De staatssecretaris legde een boete van €10.800 op, die later door de rechtbank werd gematigd tot €6.750.
De vennootschap stelde in hoger beroep dat de Europese Richtlijn 2016/1629 volledige harmonisatie van technische voorschriften binnen de binnenvaart beoogt en dat het nationale voorschrift voor veiligheidsgordels daarom niet van toepassing zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het Arbobesluit voorschriften bevat die niet onder de richtlijn vallen, omdat het gebruik van veiligheidsgordels een arbeidsomstandighedenmaatregel is en geen technische constructie van het vaartuig.
Verder voerde de vennootschap aan dat het opleggen van de boete in strijd was met het evenredigheidsbeginsel, onder meer omdat het gebruik van veiligheidsgordels in de binnenvaart niet gebruikelijk is en er niet consequent wordt gehandhaafd. De Afdeling verwierp deze argumenten en bevestigde de matiging van de boete door de rechtbank, waarbij rekening werd gehouden met de ontwikkeling van een speciale veiligheidsgordel na het ongeval.
De Afdeling concludeerde dat de boete terecht is opgelegd en dat de vennootschap het Arbobesluit niet heeft nageleefd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard en de boete van €6.750 wordt bevestigd.