ECLI:NL:RVS:2021:754
Raad van State
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om verschoning van staatsraad Daalder wegens schijn van vooringenomenheid
Staatsraad Daalder, lid van de meervoudige kamer die zaak nr. 202101594/3/R1 behandelde, heeft verzocht zich te mogen verschonen in verband met een wrakingsverzoek in zaak nr. 202101594/2/R1. Dit verzoek volgde nadat bleek dat de verzoeker om wraking en diens echtgenote partij waren in een eerdere procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uit 2003, waarbij staatsraad Daalder als advocaat de Nederlandse regering vertegenwoordigde.
Om elke schijn van vooringenomenheid te voorkomen, heeft staatsraad Daalder het verzoek tot verschoning ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het verzoek gegrond is en wijst het toe. Hiermee wordt de onpartijdigheid van de rechterlijke behandeling gewaarborgd.
De beslissing is genomen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met voorzitter R. Uylenburg en leden C.H.M. van Altena en C.M. Wissels, waarbij de voorzitter en griffier verhinderd waren de uitspraak te ondertekenen. De uitspraak werd op 8 april 2021 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om verschoning van staatsraad Daalder wordt toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid.