ECLI:NL:RVS:2021:924
Raad van State
- Wraking
- J.Th. Drop
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad Wortmann wegens vermeende onpartijdigheid
Tijdens de zitting van 6 april 2021 verzochten verzoeker en anderen om wraking van staatsraad Wortmann bij de behandeling van een voorlopige voorziening. Zij stelden dat Wortmann onpartijdig zou zijn omdat hij eerder betrokken was bij advisering over wet- en regelgeving die aan de orde was in de hoofdzaak, waaronder de Omgevingswet en de Wet milieubeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of sprake was van feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid konden schaden. Daarbij werd overwogen dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het verzoek om wraking gericht tegen de Afdeling als zodanig werd buiten behandeling gelaten omdat dit niet betrekking had op individuele rechters.
De Afdeling concludeerde dat de adviserende rol van staatsraad Wortmann niet samenvalt met de behandeling van dezelfde zaak of beslissing, zoals vereist volgens het arrest van het EHRM van 6 mei 2003. De wet- en regelgeving waarover Wortmann adviseerde was bovendien niet het juridisch kader voor de beoordeling van het bestreden besluit. De stellingen van verzoeker en anderen dat sprake zou zijn van vooringenomenheid werden niet onderbouwd.
Daarom was er geen grond voor wraking en werd het verzoek afgewezen. De Afdeling benadrukte dat de beoordeling van het plaatsingsbesluit van de ondergrondse restafvalcontainer aan de bodemrechter is, en dat de rechtsvragen verschillen van die in het adviestraject waarbij Wortmann betrokken was.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad Wortmann wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor onpartijdigheid.