ECLI:NL:RVS:2018:862
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en verlenging wegens dreiging huiselijk geweld
De burgemeester legde op 7 december 2016 een huisverbod op aan appellant voor tien dagen, verlengd tot 4 januari 2017, vanwege een incident waarbij appellant zijn ex-vriendin onder invloed van alcohol had geduwd, uitgescholden en bedreigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en wees zijn verzoek om schadevergoeding af.
Appellant stelde dat het huisverbod was gebaseerd op eenzijdige, niet geverifieerde verklaringen en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen zijn zienswijze te geven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant en zijn ex-vriendin beiden waren gehoord en dat het huisverbod een spoedeisende maatregel betreft die niet vereist dat de feiten onomstotelijk vaststaan, maar dat aannemelijk moet zijn dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestaat.
De Afdeling bevestigde dat de burgemeester op goede gronden het huisverbod had opgelegd en verlengd, omdat appellant geen reële aanvang had gemaakt met hulpverlening en de dreiging van geweld bleef bestaan. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod en de verlenging daarvan worden bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid, het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.