ECLI:NL:RVS:2021:779
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring woning op medische en sociale gronden
Appellant diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring voor woningtoewijzing bij het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort, gebaseerd op medische klachten (reuma en diabetes) en sociale omstandigheden na echtscheiding. Het college wees de aanvraag af omdat er volgens hen andere oplossingen zijn, zoals het aanspreken van de verhuurder van de tijdelijke woning van appellant, en omdat er geen medische noodsituatie was die voorrang rechtvaardigde. Ook vond het college geen grond voor urgentie op sociale gronden, aangezien de kinderen hoofdverblijf hebben bij de ex-partner.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat het college terecht geen medisch onderzoek heeft laten uitvoeren, omdat er volgens hen andere mogelijkheden waren om het woonprobleem op te lossen. Het belang van een rechtvaardige verdeling van de schaarse woonruimte in Amersfoort werd zwaar meegewogen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college en de rechtbank onvoldoende medische kennis hadden en dat zijn sociale omstandigheden onvoldoende waren meegewogen, met name zijn recht op gezinsleven. De Raad van State oordeelde dat urgentie alleen in uitzonderlijke situaties wordt verleend vanwege de druk op de woningmarkt en dat het belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder weegt dan het individuele belang van appellant.
De Raad van State concludeerde dat het college geen positieve verplichting heeft om appellant een urgentieverklaring te verstrekken en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring voor woningtoewijzing wordt bevestigd.