ECLI:NL:RVS:2021:803
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 februari 2021 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde op 24 maart 2021 de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Tegen deze uitspraak stelden de vreemdelingen hoger beroep in en verzochten tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, waarbij de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 15 april 2021 door voorzieningenrechter A. Kuijer, waarbij de griffier J.A. Verweij aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.