ECLI:NL:RVS:2021:868
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 augustus 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 17 maart 2021 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van € 534,00 moet vergoeden, welke verband houden met beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
Deze beslissing volgt de jurisprudentie van de Raad van State inzake voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken en waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt benadeeld door een voortijdige uitzetting. De uitspraak werd op 21 april 2021 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.