ECLI:NL:RVS:2021:935
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 4 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 31 maart 2021 ongegrond verklaarde. Hiertegen hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tegelijkertijd hebben zij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gegrond verklaard en bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 29 april 2021.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.