ECLI:NL:RVS:2021:940
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring voor woning vanwege onvoldoende onderbouwing medische beperkingen
Een alleenstaande vrouw van 70 jaar vroeg een urgentieverklaring aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam vanwege medische beperkingen die het voor haar onmogelijk maken zonder compensatie in haar huidige woning te blijven wonen. Het college wees de aanvraag af op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, onder c, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, omdat zij, gezien haar inschrijfduur van 21 jaar bij WoningNet en haar leeftijd, in staat werd geacht haar woonprobleem binnen redelijke termijn op te lossen. Bovendien beschikte zij over een WMO-indicatie die voorrang geeft bij het vinden van een passende woning.
De vrouw maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep eveneens ongegrond, stellende dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd waarom de aangeboden woningen ongeschikt waren en dat zij haar medische situatie niet aannemelijk had gemaakt. De vrouw stelde in hoger beroep dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar haar medische situatie en dat de hardheidsclausule ten onrechte niet was toegepast.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat het college een strikt beleid voert bij het verlenen van urgentieverklaringen vanwege de beperkte sociale woningvoorraad. Gezien de lange inschrijfduur en leeftijd kon de vrouw zonder urgentie een passende woning verkrijgen. Zij had meerdere woningen geweigerd zonder voldoende motivatie. De hardheidsclausule was terecht niet toegepast omdat geen schrijnende situatie of bijzondere omstandigheden waren aangetoond. De vrouw had ook nagelaten medische documenten te overleggen die haar beperkingen aannemelijk maken, waardoor het college geen medisch advies hoefde in te winnen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.