ECLI:NL:RVS:2020:84
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende ernstig medisch probleem ondanks rug- en knieklachten
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag van appellant om een urgentieverklaring af op grond van onvoldoende medisch bewijs voor een ernstig probleem. Appellant, met rug- en knieklachten die traplopen bemoeilijken, betoogde dat het GGD-advies ondeugdelijk was en dat haar klachten verergerden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Het GGD-advies was gebaseerd op een spreekuurcontact, medische verklaringen van huisarts, neuroloog en fysiotherapeut, en concludeerde dat appellant ondanks enige moeite zelfstandig kon functioneren en dat de klachten met oefeningen konden verbeteren.
Nieuwe medische verklaringen dateren van na het bestreden besluit en kunnen daarom niet meewegen in de beoordeling. De Raad oordeelt dat het college op basis van de feiten ten tijde van het besluit redelijk tot afwijzing kon komen. Het beleid van Amsterdam vereist dat een medisch probleem levensontwrichtend is en leidt tot onvermogen tot zelfstandig functioneren, wat hier niet is vastgesteld.
De Afdeling wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.