ECLI:NL:RVS:2021:950
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 9 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank stelde de staatssecretaris in de gelegenheid om het besluit te motiveren en wees de aanvraag op 22 december 2020 af. De rechtbank vernietigde op 9 maart 2021 dit besluit en verklaarde het beroep gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet uitgezet zou worden en opvang en verstrekkingen zou ontvangen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter achtte dit verzoek gegrond en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 4 mei 2021.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.