ECLI:NL:RVS:2021:954
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over planschadevergoeding terras Conservatoriumhotel Amsterdam
De zaak betreft verzoeken van twee eigenaren van panden naast het Conservatoriumhotel in Amsterdam om tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het planologisch mogelijk maken van een terras op het binnenterrein van het hotel. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid wees deze verzoeken in 2017 af, waarna het college bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank Amsterdam verklaarde in 2019 de beroepen van de eigenaren gegrond en kende hen een tegemoetkoming toe.
Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die op 4 mei 2021 het hoger beroep gegrond verklaarde. De Afdeling oordeelde dat het college terecht uitging van een normaal maatschappelijk risico van 5% en dat de totale planschade, inclusief het terras, dit risico niet overschrijdt. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het terras niet voorzienbaar was en dat de plannen onvoldoende waren gemotiveerd.
Verder stelde de Afdeling dat Conservatorium als belanghebbende mocht deelnemen aan het geding en dat de door Ten Have opgestelde adviezen als deskundigenrapporten redelijkerwijs aan de besluitvorming ten grondslag mochten worden gelegd. De verzoeken om schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en proceskosten werden eveneens afgewezen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de tegemoetkomingen toekende en verklaarde de beroepen van de eigenaren ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en de toegekende tegemoetkomingen in planschade worden afgewezen.