ECLI:NL:RVS:2021:971
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling heeft bij besluit van 5 maart 2021 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 12 april 2021 bevestigd door het beroep ongegrond te verklaren. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalt dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de griffier aanwezig was. De voorzieningenrechter zelf was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De beslissing werd op 6 mei 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.