ECLI:NL:RVS:2021:972
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 april 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden voordat op het hoger beroep is beslist, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarnaast werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand, moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan op 4 mei 2021 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de griffier aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.