ECLI:NL:RVS:2021:983
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Prejudicieel verzoek over toepassing Dublinverordening bij meervoudige lidstaatclaims en overdrachtstermijnen
De zaak betreft een vreemdeling uit Gambia die in meerdere EU-lidstaten een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, waaronder Duitsland, Italië en Nederland. De centrale vraag is welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, mede gezien de geldende claimakkoorden en de verlengde overdrachtstermijnen door onderduiken.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde de aanvraag van de vreemdeling in Nederland in behandeling te nemen omdat Italië volgens hem verantwoordelijk bleef. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat Duitsland verantwoordelijk was geworden na het verstrijken van de overdrachtstermijn tussen Duitsland en Italië. De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de interpretatie van het begrip 'verzoekende lidstaat' in de Dublinverordening en of een vreemdeling in een derde lidstaat zich kan beroepen op het verstrijken van een overdrachtstermijn tussen twee andere lidstaten. De Afdeling houdt de zaak aan en verzoekt het Hof om duidelijkheid over deze complexe juridische kwesties.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst de behandeling van het hoger beroep.