ECLI:NL:RVS:2021:985
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepassing overdrachtstermijnen Dublinverordening bij onderduiken en nieuw asielverzoek
De zaak betreft een Nigeriaanse vreemdeling die in Frankrijk een asielverzoek indiende, waarna Frankrijk Oostenrijk verzocht de vreemdeling terug te nemen. Omdat de vreemdeling ondergedoken was, vond de overdracht niet plaats. Vervolgens diende de vreemdeling een nieuw asielverzoek in Nederland in. De Nederlandse staatssecretaris hield Oostenrijk verantwoordelijk voor de behandeling, maar Oostenrijk wees het verzoek af vanwege niet-tijdige mededeling door Frankrijk. Frankrijk stelde zich verantwoordelijk, maar Nederland stelde zich op het standpunt dat Oostenrijk verantwoordelijk bleef op grond van de 'chain rule'.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de Dublinverordening niet duidelijk is over de toepassing van de 'chain rule', een praktijkregel die overdrachtstermijnen opnieuw laat lopen bij een nieuw verzoek in een derde lidstaat. De Afdeling bespreekt twee scenario's: één waarin de overdrachtstermijn slechts tussen twee lidstaten geldt en een tweede waarin de 'chain rule' wordt toegepast.
De Afdeling constateert dat de 'chain rule' geen juridische status heeft en dat toepassing ervan kan leiden tot onduidelijkheid en conflicten tussen lidstaten. Ook stelt zij dat een vreemdeling zich in een derde lidstaat niet kan beroepen op het verstrijken van een overdrachtstermijn tussen twee andere lidstaten. Daarom legt de Afdeling twee prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 29 en Pro artikel 27 van Pro de Dublinverordening.
De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet. De Afdeling benadrukt het belang van een snelle en duidelijke vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat en het voorkomen van forumshopping en secundaire migratiestromen.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en de zaak aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie.