ECLI:NL:RVS:2022:1
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over toepassing artikel 1(D) Vluchtelingenverdrag op staatloze Palestijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 november 2019 de aanvraag van een staatloze Palestijn om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde dit besluit op 9 februari 2021 onzorgvuldig gemotiveerd en vernietigde het, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, dat bescherming en bijstand door de UNRWA regelt, van toepassing is op de vreemdeling. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom deze bepaling niet van toepassing zou zijn, mede omdat de vreemdeling geregistreerd stond bij de UNRWA.
De Afdeling oordeelde echter dat de toepasselijkheid van artikel 1(D) niet alleen afhangt van registratie, maar vooral van het feit of de vreemdeling daadwerkelijk kort vóór de asielaanvraag bijstand van de UNRWA heeft ontvangen. Omdat de vreemdeling dit niet aannemelijk maakte en ook niet in het werkgebied van de UNRWA verbleef, is artikel 1(D) niet op hem van toepassing.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de rechtbank rekening moet houden met het oordeel van de Afdeling. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.