ECLI:NL:RVS:2021:1550
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt nieuwe beoordeling verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijke motivering over UNRWA en Gazastrook
Een staatloze Palestijn heeft asiel aangevraagd in Nederland omdat hij stelt in de Gazastrook in een uitzichtloze en onveilige situatie te verkeren ondanks bijstand van de UNRWA. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, dat bescherming uitsluit voor personen die bijstand genieten van andere VN-instellingen dan de UNHCR.
De rechtbank oordeelde dat de UNRWA niet meer in staat is om in de Gazastrook levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht en dat de vreemdeling zich in een situatie van ernstige onveiligheid bevindt. De rechtbank vernietigde het besluit en beval de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank omdat deze een finaal oordeel gaf over de vraag of de vreemdeling recht heeft op een verblijfsvergunning, terwijl dit aan de staatssecretaris toekomt. De Raad stelt vast dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat de UNRWA in staat is haar opdracht in de Gazastrook uit te voeren. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met een duidelijke motivering, waarbij ook recente ontwikkelingen in de Gazastrook en financiering van de UNRWA moeten worden betrokken.
De Raad wijst het verzoek van de vreemdeling om het onderzoek te heropenen af en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. De staatssecretaris moet binnen zestien weken een nieuw besluit nemen en bekendmaken.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en hij moet een nieuw besluit nemen met een deugdelijke motivering over de capaciteit van de UNRWA in de Gazastrook.