ECLI:NL:RVS:2022:100
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende samenwerking staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 juni 2021 de asielaanvraag van de vreemdeling en haar minderjarige kinderen af, omdat hij twijfelde aan de Zimbabwaanse nationaliteit van de vreemdeling. Dit werd mede gebaseerd op gegevens uit het EU-VIS, waaruit bleek dat de vreemdeling en twee kinderen met Zuid-Afrikaanse paspoorten een visum voor Frankrijk hadden aangevraagd en daarmee naar Nederland waren gekomen.
De vreemdeling stelde dat zij door de staatssecretaris werd belemmerd in het aannemelijk maken van haar nationaliteit, omdat zij haar aanvraagformulier voor een Zimbabwaanse identiteitskaart niet terugkreeg om hiermee naar de ambassade te kunnen gaan. De rechtbank had dit bezwaar niet erkend en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelde echter dat de staatssecretaris onvoldoende actief had samengewerkt met de vreemdeling, waardoor zij niet de mogelijkheid kreeg om haar nationaliteit aan te tonen. Dit is in strijd met de zorgvuldigheidsplicht en het beginsel van actieve samenwerking. Daarom vernietigde de Raad van State het besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep toe. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.