ECLI:NL:RVS:2022:1040
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en voortvarendheid uitzetting door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 2 februari 2022 in bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de bewaring terecht was omdat er een concreet aanknopingspunt bestond voor overdracht op grond van de Dublinverordening, mede gebaseerd op een Eurodactreffer uit Zwitserland. Daarnaast was de ophouding aansluitend op de strafrechtelijke detentie correct vastgesteld, ondanks ontbrekende gegevens op de registratiekaart.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gewerkt aan de uitzetting van de vreemdeling, met claimlegging, akkoord en vertrekgesprek binnen korte tijd, en een geboekte vlucht binnen zes dagen na het vertrekgesprek. De grieven van de vreemdeling faalden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.