ECLI:NL:RVS:2022:105
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 december 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen ontvangt gedurende deze periode. De staatssecretaris is veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij wordt voorkomen dat de vreemdeling onherstelbare schade lijdt door uitzetting voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.