ECLI:NL:RVS:2022:1086
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning crematorium ondanks beroep op relativiteitsvereiste en ondernemersbelangen
Het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar verleende op 23 april 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een crematorium in afwijking van het bestemmingsplan. Appellante, exploitant van een concurrerend uitvaartbedrijf, stelde beroep in tegen deze vergunning en voerde aan dat het relativiteitsvereiste niet van toepassing is omdat haar belangen worden geschaad, onder meer door aantasting van het ondernemersklimaat en relevante leegstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het relativiteitsvereiste aan vernietiging in de weg staat. Appellante stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 13 april 2022 het oordeel van de rechtbank bevestigd.
De Afdeling overwoog dat het relativiteitsvereiste niet wordt doorbroken door de stelling van appellante dat haar omzet en inkomsten zouden dalen, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat dit leidt tot relevante leegstand. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat appellante geen feitelijke benadeling heeft aangetoond. De Afdeling concludeerde dat de materiële normen van de ladder duurzame verstedelijking en goede ruimtelijke ordening niet strekken tot bescherming van de belangen van appellante als concurrent zonder relevante leegstand.
Daarmee blijft de omgevingsvergunning voor het crematorium van vergunninghoudster in stand en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.