ECLI:NL:RVS:2022:109
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet tijdig bekendmaken omgevingsvergunning voor woningbouw
Appellant was eigenaar van een perceel met een woonboerderij en bijgebouwen, waaronder een voormalige mantelzorgwoning. Na splitsing van het perceel in twee delen, verkocht appellant perceel A met de woningen en hield perceel B over. Appellant wilde op perceel B een nieuwe woning bouwen, maar de gemeente weigerde dit omdat het bestemmingsplan maximaal twee woningen toestaat op het planologisch ongedeelde perceel A en B samen.
Appellant stelde dat het bijgebouw op perceel A geen woning was, waardoor er ruimte zou zijn voor een derde woning op perceel B. De rechtbank oordeelde echter dat het bijgebouw een wooneenheid vormt en dat het bestemmingsplan daarom geen derde woning toestaat. Hierdoor is geen omgevingsvergunning van rechtswege verleend en hoefde geen bekendmaking plaats te vinden.
De Raad van State onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het betoog van appellant dat het schrijnend is dat hij niet kan bouwen, kan aan de orde komen in de procedure tegen het weigeren van de omgevingsvergunning. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.