ECLI:NL:RVS:2022:1090
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor airco-unit op dak in Santpoort-Zuid
Het college van burgemeester en wethouders van Velsen verleende op 4 september 2019 een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het plaatsen van een airco-buitenunit op het dak van een aan-/uitbouw in Santpoort-Zuid. Appellant, wonend in de bovenwoning naast het pand, maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de airco-unit niet als ondergeschikt bouwdeel kan worden aangemerkt en dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld. Hij voerde aan dat de airco-unit bij de bouwhoogte moet worden meegerekend en dat de vergunninghouder geen belanghebbende is omdat de VvE geen toestemming gaf.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de airco-unit, gezien de omvang en de aard, gelijkgesteld kan worden aan een ondergeschikt bouwdeel zoals een schoorsteen of antenne, en daarom niet hoeft te worden meegerekend bij de bouwhoogte. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt, zodat vergunninghouder als belanghebbende moet worden aangemerkt. Het college heeft niet onzorgvuldig gehandeld, omdat het gebonden was aan de wettelijke weigeringsgronden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de airco-unit blijft in stand.