ECLI:NL:RVS:2022:1096
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang tijdens hoger beroep asielaanvraag
De vreemdelingen hebben bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 24 juni 2021 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze afwijzing op 15 maart 2022 ongegrond. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
De vreemdelingen hebben vervolgens bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek hield in dat zij niet uitgezet zouden worden voordat het hoger beroep was beslist en dat zij opvang en verstrekkingen zouden ontvangen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek gegrond verklaard en bepaald dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 13 april 2022.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.