ECLI:NL:RVS:2022:1124
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 maart 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die de uitzetting opschort totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 15 april 2022 door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier R.M. Renting. Deze voorlopige voorziening beschermt de rechten van de vreemdeling tijdens de procedure en waarborgt dat hij niet onrechtmatig wordt uitgezet voordat de rechter over het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.