ECLI:NL:RVS:2022:1125
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens onjuiste toepassing asielintrekking en Dublinverordening
De vreemdeling werd op 29 oktober 2021 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid na intrekking van zijn asielaanvraag in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond. De vreemdeling stelde dat hij zijn asielprocedure in België niet had ingetrokken en dat de Dublinverordening van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat uit de intrekking van een asielaanvraag kan worden afgeleid dat de vreemdeling zijn asielwens prijsgeeft, mits de gevolgen hiervan voldoende kenbaar zijn gemaakt. In dit geval was de vreemdeling niet duidelijk geïnformeerd dat de intrekking in Nederland ook gevolgen had voor zijn procedure in België.
Daarom mocht de staatssecretaris niet aannemen dat de vreemdeling zijn asielwens in België had opgegeven. Dit betekende dat de maatregel van bewaring niet op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kon worden opgelegd, omdat deze maatregel uitzetting beoogt en niet overdracht op basis van de Dublinverordening.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe. Tevens werden de proceskosten ten laste van de staatssecretaris gebracht.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig opgelegd en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd met toekenning van schadevergoeding.