ECLI:NL:RVS:2022:114
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens digitale handtekening
Bij besluit van 5 november 2021 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat niet kon worden vastgesteld dat de maatregel rechtsgeldig elektronisch was ondertekend. De rechtbank beval opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over de geldigheid van de digitale handtekening op basis van een beknopte PDF-viewer in het digitale dossier, terwijl bij openen van het document in een gangbare PDF-viewer de geldigheid van de handtekening wel kan worden vastgesteld.
De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken die bevestigen dat de digitale handtekening van de betrokken politieafdeling rechtsgeldig is. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt geacht rechtmatig te zijn en het beroep wordt ongegrond verklaard.