ECLI:NL:RVS:2022:1145
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invordering verbeurde dwangsommen ondanks financiële situatie betrokkene
Bij besluiten van 2018 en 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein verbeurde dwangsommen van telkens €5.000,- ingevorderd wegens overtreding van een last onder dwangsom. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank de invordering bevestigd maar het bedrag verlaagd tot €1.500,- en €2.000,-, rekening houdend met de financiële situatie van betrokkene. De bewindvoerder stelde dat betrokkene niet in staat is deze bedragen te betalen en verzocht om verdere verlaging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat invordering van verbeurde dwangsommen zwaarwegend is en dat slechts in bijzondere omstandigheden geheel of gedeeltelijk kan worden afgezien van invordering. De financiële draagkracht wordt in principe pas in de executiefase beoordeeld, tenzij evident is dat betaling onmogelijk is. De bewindvoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet kan betalen.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de verlaging tot €1.500,- en €2.000,- passend is en dat de betalingsregeling wordt nagekomen. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de verbeurde dwangsommen wordt bevestigd.