ECLI:NL:RVS:2020:2748
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen dwangsombesluit wegens overtreding Besluit bodemkwaliteit bij boorwerkzaamheden
Appellante voerde boorwerkzaamheden uit op een locatie in Zwaagdijk-Oost en werd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat bij besluit van 11 juni 2019 onder dwangsom gelast herhaling van overtredingen van artikel 18 van Pro het Besluit bodemkwaliteit te voorkomen.
De overtredingen betroffen het niet voldoen aan eis 15 van protocol 2101 en paragraaf 10.2.2 van protocol 11.001, waaronder het niet correct detecteren en beschrijven van grondlagen, het niet volledig afdichten van boorgaten en het verkeerd plaatsen van een warmtewisselaar. De staatssecretaris legde dwangsommen op van €7.500 per overtreding met een maximum van €37.500.
Appellante stelde dat het dwangsombedrag onvoldoende was gemotiveerd en niet in redelijke verhouding stond tot het belang, en dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld bij de totstandkoming van inspectierapporten en het horen. De Raad van State oordeelde dat het dwangsombedrag passend en goed gemotiveerd was, dat de staatssecretaris zorgvuldig had gehandeld en dat de invordering van de dwangsommen terecht was.
De Raad wees ook betogen af dat sprake was van bijzondere omstandigheden die matiging van de invordering rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de dwangsommen van €15.000 werden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de dwangsombesluiten is ongegrond verklaard en de invordering van €15.000 aan dwangsommen bevestigd.