ECLI:NL:RVS:2022:1225
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2017 op basis van gecontracteerde arbeidsduur
Appellante verzocht herziening van de definitieve berekening van haar kinderopvangtoeslag over 2016, 2017 en 2018. De zaak betrof uiteindelijk alleen het toeslagjaar 2017. Appellante werkte feitelijk meer uren dan haar contract vermeldde, terwijl de Belastingdienst de toeslag berekende op basis van de gecontracteerde arbeidsduur met een opslag van 40%. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief vast op €5.687,00 en vorderde €3.850,00 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De staatsraad advocaat-generaal concludeerde dat de gronden van appellante niet slagen en adviseerde het hoger beroep ongegrond te verklaren. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde dit advies en bevestigde dat de Belastingdienst terecht is uitgegaan van de gecontracteerde uren conform artikel 8a van het Besluit kinderopvangtoeslag.
De Afdeling oordeelde dat er geen grond is om deze bepaling onverbindend te verklaren of buiten toepassing te laten en dat geen schending van het gelijkheids- of zorgvuldigheidsbeginsel heeft plaatsgevonden. Tevens bevestigde zij dat bij herzieningsverzoeken ook de evenredigheid van terugvorderingen kan worden beoordeeld, maar dat in deze zaak de terugvordering niet onevenredig is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.