ECLI:NL:RVS:2022:1229
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking vergunning en ontheffing dakterras wegens onvoldoende bewijs onveilige constructie
De zaak betreft een verzoek van appellant om intrekking van een vergunning en ontheffing voor een dakterras op een uitbouw die zonder vergunning rond 1980 is gebouwd tussen twee panden in Amersfoort. Appellant stelde dat het dakterras onveilig is en niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012, onderbouwd met rapporten uit 2019 en 2020.
Het college van burgemeester en wethouders heeft het verzoek afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld hoe de feitelijke dakconstructie eruitziet en appellant weigerde medewerking aan onderzoek te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat zonder feitelijk onderzoek niet kan worden vastgesteld of intrekking gerechtvaardigd is.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden en onvoldoende rekening had gehouden met de rapporten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht niet op basis van de rapporten alleen kon concluderen dat sprake was van strijd met het Bouwbesluit, mede door het ontbreken van medewerking van appellant aan inspectie.
Ook het standpunt dat het college geen zorgvuldige belangenafweging had gemaakt, faalde omdat niet kon worden vastgesteld of sprake was van een onveilige situatie. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; vergunning en ontheffing blijven van kracht.