ECLI:NL:RVS:2022:1247
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 juli 2021 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 maart 2022 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 26 april 2022.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.