ECLI:NL:RVS:2022:1265
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing verblijfsvergunning asiel na afwijzing staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 januari 2021 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 4 maart 2021. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat er een eerdere procedure liep die nauw samenhing met deze zaak, waarin de rechtbankuitspraak was vernietigd en de zaak was terugverwezen. De rechtbank verwees in haar uitspraak naar deze eerdere procedure, waardoor de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaarde op basis van samenhang en inhoudelijke punten zoals politieke overtuiging, dienstplicht en gewetensbezwaren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de rechtbankuitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.