ECLI:NL:RVS:2022:1269
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- B. Meijer
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument en inreisverbod gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 oktober 2018 de aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af, evenals het verzoek tot opheffing van een tegen hem uitgevaardigd inreisverbod. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 24 februari 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank, die op 23 april 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank. De Afdeling verwierp het hoger beroep en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 mei 2022, waarbij de voorzitter en leden het vonnis hebben vastgesteld in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.