ECLI:NL:RVS:2022:1350
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging exploitatievergunning terras bij ongewijzigde overname horecazaak in Utrecht
De burgemeester van Utrecht verleende op 27 februari 2019 een exploitatievergunning voor restaurant A, inclusief het terras, op de locatie waar voorheen restaurant B was gevestigd. De exploitatievergunning werd verleend op grond van onderdeel III van het Besluit wijziging regelgeving horecabedrijven, dat bepaalt dat bij ongewijzigde overname van een horecabedrijf met terras de vergunning voor het terras wordt verleend indien de aanvrager hierom verzoekt.
Appellanten, wonend nabij het restaurant, maakten bezwaar tegen het terras vanwege overlast. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester de aanvraag niet hoefde te toetsen aan het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 (OHU 2018), omdat dit kader alleen geldt voor omgevingsvergunningen voor nieuwe horecazaken die niet in het bestemmingsplan passen. De exploitatievergunning voor het terras was gebaseerd op een eerdere vergunning en het OHU 2018 was niet van toepassing.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de burgemeester het OHU 2018 wel had moeten toepassen en dat uit eerdere besluiten bleek dat geen terrasvergunning aan opvolgende exploitanten zou worden verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beleid en eerdere besluiten niet verhinderden dat bij ongewijzigde overname het terras opnieuw werd vergund. Ook was er geen recente overlast gemeld die een weigering zou rechtvaardigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de exploitatievergunning inclusief terrasvergunning definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening voor het terras bij de ongewijzigde overname van de horecazaak.