ECLI:NL:RVS:2022:1395
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing bewaring vreemdeling wegens risico op onttrekking toezicht
De vreemdeling, afkomstig uit Albanië, werd op 20 februari 2022 in bewaring gesteld nadat hij in een vrachtwagentrailer werd aangetroffen op het punt om naar Engeland te reizen. De rechtbank had de bewaring opgeheven omdat de vreemdeling over voldoende middelen beschikte voor terugreis, meewerkte aan terugkeer en een geldig paspoort had.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een lichter middel dan bewaring volstond. De vreemdeling had onvoldoende geconcretiseerd dat hij daadwerkelijk wilde terugkeren naar Albanië, bijvoorbeeld door het ontbreken van een retourticket.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de gronden voor bewaring niet in geschil waren en dat er een reëel risico op onttrekking aan toezicht bestond. De intentie van de vreemdeling om naar Engeland te reizen maakte het risico op onttrekking te groot om een lichter middel toe te passen.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.