ECLI:NL:RVS:2022:1401
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 april 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 759,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig is verleend.
De uitspraak is gedaan op 13 mei 2022 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier L.C. Lodeweges. De voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State en beoogt de positie van de vreemdeling te beschermen tijdens de procedure van hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.