ECLI:NL:RVS:2022:1422
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- A. Kuijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en in stand laten intrekking watervergunning Refresco in Noord-Brabant
Refresco Benelux B.V. kreeg in 1997 een vergunning voor het onttrekken van grondwater voor haar productie in Maarheeze. In 2019 trok het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant deze vergunning in en verleende een nieuwe waterwetvergunning voor een hogere onttrekking. Diverse milieuorganisaties, waaronder de Brabantse Milieufederatie en Stichting Dorpsraad Maarheeze, stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het intrekkingsbesluit van 2019 ongeldig vanwege onvoldoende motivering bij afwijking van het toen geldende beleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college terecht is afgeweken van het beleid op grond van bijzondere omstandigheden, zoals het ontbreken van overgangsrecht en het feit dat de feitelijke onttrekking lager is dan de vergunde hoeveelheid. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van Refresco gegrond. De incidentele beroepen van de milieuorganisaties worden ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelt de Afdeling dat de belangenafweging van het college zorgvuldig was, dat de milieueffectrapportage adequaat was uitgevoerd, en dat de schadevergoedingsregeling via de Waterwet passend is. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Refresco. Hiermee blijft het intrekkingsbesluit van 2019 in stand en is de vergunning van 1997 ingetrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep van Refresco wordt gegrond verklaard en het besluit van 1 april 2019 blijft in stand.