ECLI:NL:RVS:2022:1427
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omzettingsvergunning woningsplitsing met geluidseisen in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 2 januari 2020 een omzettingsvergunning aan een vergunninghouder voor het splitsen van een woning naar vier onzelfstandige woonruimten, onder de voorwaarde dat uiterlijk 1 juli 2022 aan de geluidseisen moet worden voldaan. Appellante, wonend boven de betreffende woning, maakte bezwaar vanwege geluidsoverlast en het vermoeden dat de oude en gehorige woningen niet aan de normen kunnen voldoen.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de voorzieningenrechter bevestigde dit oordeel. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beleid in beleidsregel 12 redelijk is en dat het uitstel tot 1 juli 2022 om aan de geluidseisen te voldoen niet onredelijk is. Het college kan handhavend optreden als na die datum niet aan de eisen wordt voldaan.
Appellante voerde aan dat haar verdedigingsrechten waren geschonden en dat de voorzieningenrechter onjuiste feiten en wetgeving hanteerde, maar deze bezwaren werden verworpen. Ook het betoog dat het bouwtechnisch onmogelijk zou zijn om aan de geluidseisen te voldoen, werd niet onderbouwd met deskundigenrapporten.
De Raad van State concludeerde dat het college en de voorzieningenrechter zorgvuldig hebben gehandeld, het gewijzigde beleid niet onredelijk is en dat de belangen van omwonenden, huurders en verhuurders in redelijke verhouding zijn afgewogen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omzettingsvergunning blijft onder de gestelde voorwaarden van kracht.