ECLI:NL:RVS:2022:1517
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 21 maart 2022 ongegrond verklaarde. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft op 30 mei 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De beslissing waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet onherstelbare schade lijdt door uitzetting. De uitspraak is openbaar en bevat een duidelijke motivering van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.