ECLI:NL:RVS:2022:1571
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 november 2020 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van bewijs in Eritrese nareiszaken rekening moet houden met het Algemeen Ambtsbericht Eritrea 2020 en de beperkte beschikbaarheid van documenten. Tevens moet de motivering van het besluit kenbaar en op de zaak toegespitst zijn, met een evenredige bewijswaardering en het toekennen van het voordeel van de twijfel waar passend.
De Afdeling constateerde dat de staatssecretaris dit niet heeft gedaan, onder meer door geen rekening te houden met de leeftijd en omstandigheden van de vreemdeling. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en onjuist. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank zijn vernietigd, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.