ECLI:NL:RVS:2022:1595
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale ligplaats woonboot zonder vergunning
Op 9 oktober 2019 constateerde een toezichthouder dat appellant met haar woonboot zonder vergunning een ligplaats aan de [locatie 1] in Amsterdam innam. Het college legde op 5 juni 2020 een last onder dwangsom op om de woonboot binnen zes maanden te verwijderen, met een dwangsom van €75.000. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze last ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zij de ligplaatsvergunning van de vorige eigenaar had overgenomen en dat het college haar onterecht geen alternatieve ligplaats tegen precariobelasting aanbood. De Afdeling oordeelde dat de vergunning persoonsgebonden is en vervalt bij overlijden van de vergunninghouder, waardoor appellant geen geldige vergunning had. Het college had geen verplichting tot het aanbieden van een alternatieve ligplaats tegen precariobelasting en handhaving was proportioneel.
Verder werd bevestigd dat de dwangsom terecht werd ingevorderd omdat appellant niet aan de last had voldaan en geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die invordering zouden kunnen verhinderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering daarvan bevestigd.