ECLI:NL:RVS:2022:1638
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering voorlopige voorziening
De staatssecretaris heeft op 9 februari 2022 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie te verlaten. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 mei 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Een grief betrof het oordeel van de rechtbank over het proces-verbaal van het paspoortonderzoek, dat volgens de vreemdeling buiten de geschilomvang viel. De Raad van State oordeelde echter dat deze grief niet tot vernietiging van het vonnis kon leiden omdat de staatssecretaris geen standpunt over het paspoort had ingenomen.
Het hoger beroep bood geen nieuwe rechtsvragen die beantwoording behoefden en kwam niet tot een andere uitkomst. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.