ECLI:NL:RVS:2022:1644
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake asielverblijfsvergunning na hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 april 2021 werd ingewilligd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 augustus 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris, indien nog niet gebeurd, op het verzoek om bestuurlijke heroverweging moet beslissen.
De Raad van State wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 9 juni 2022 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.