ECLI:NL:RVS:2022:1697
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning uitbreiding bakkerij wegens geluidsoverlast en strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam weigerde een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een bakkerij op twee percelen in Edam. De uitbreiding hield in dat een aangrenzend perceel volledig bebouwd zou worden, waardoor de bakkerij met een personeelsruimte, opslag en koelcellen zou worden uitgebreid. Het bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan "Beschermd Stadsgezicht Edam 2016" en het college motiveerde de weigering met het risico op onaanvaardbare geluidsoverlast, wat een goed woon- en leefklimaat zou schaden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd werd en waarom geen voorschriften konden worden verbonden. Appellant voerde aan dat het bouwplan wel in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening en dat het college zich onterecht baseerde op subjectieve vrees van omwonenden. Ook stelde hij dat het vertrouwensbeginsel geschonden was vanwege een eerdere brief van het college waarin medewerking werd toegezegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht het akoestisch onderzoek had betrokken bij haar besluit en dat het risico op geluidsoverlast, ook bij maximaal drie personen in de personeelsruimte, een legitieme reden was om de vergunning te weigeren. Daarnaast was er geen ondubbelzinnige toezegging gedaan in de brief van 22 februari 2018, zodat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.