ECLI:NL:RVS:2022:1759
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P.M. van Ravels
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen wijziging legger Waterschap Vechtstromen niet-ontvankelijk verklaard
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Vechtstromen wijzigde op 13 februari 2018 de legger, aangevuld op 9 april 2018, waarbij de kadastraal eigenaar van watergangen werd aangewezen als onderhoudsplichtige. Een pachter van de betrokken percelen, die het onderhoud uitvoert op basis van een contractuele relatie met de eigenaar, stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en vernietigde de besluiten.
In hoger beroep betoogde het dagelijks bestuur dat de pachter geen belanghebbende is omdat het onderhoudsbesluit alleen de eigenaar raakt en het belang van de pachter slechts afgeleid is uit zijn pachtovereenkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het belang van de pachter niet rechtstreeks bij het besluit betrokken is en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep was overschreden met ruim twee maanden, wat volledig aan de rechtbank kon worden toegerekend. De pachter kreeg daarom een vergoeding van € 500 toegekend voor immateriële schade wegens deze termijnoverschrijding.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de Staat veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding. Het dagelijks bestuur hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep van de pachter wordt niet-ontvankelijk verklaard en er wordt een schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.