ECLI:NL:RVS:2022:1762
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen wegens niet-naleving bouwvergunning Montfoort
Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort legde appellant een last onder dwangsom op om een woning in overeenstemming te brengen met een bouwvergunning. De dwangsom bedroeg € 5.000 per maand met een maximum van € 25.000. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn en meerdere controles werd vastgesteld dat appellant niet aan de last had voldaan, waarna het maximale bedrag werd ingevorderd.
Appellant stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals de traagheid van het college bij het verlenen van een benodigde omgevingsvergunning en bedreigende incidenten met een buurman, invordering in dit geval onredelijk maakten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere gronden vormen om af te zien van invordering. De mogelijkheid om binnen de begunstigingstermijn te voldoen was aanwezig en het college heeft het invorderingsbesluit zorgvuldig gemotiveerd.
De Afdeling benadrukte dat verbeurde dwangsommen moeten worden geïnd om de handhaving effectief te maken en dat alleen in uitzonderlijke gevallen van invordering kan worden afgezien. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de invordering van € 25.000 aan verbeurde dwangsommen bevestigd.