ECLI:NL:RVS:2022:1779
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning en verlof wapenhandel wegens ernstige overtredingen Wwm
De korpschef van politie heeft op 23 april 2019 de erkenning van een wapenhandel en het aan de beheerder verleende verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie ingetrokken vanwege geconstateerde overtredingen van de Wet wapens en munitie (Wwm), de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie 2018. Deze overtredingen betroffen onder meer vermenging van commerciële belangen tussen de wapenhandel en een schietvereniging, overdracht van munitie aan onbevoegden, het niet bijhouden van verplichte registers, onbevoegde uitgifte van wapens en munitie, valse verklaringen op aanvraagformulieren en valselijk aftekenen van schietbeurten.
De beheerder, appellant, voerde onder meer aan dat er geen sprake was van conflicterende commerciële belangen en dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de overdracht van munitie. De rechtbank oordeelde echter dat de minister en korpschef terecht hadden vastgesteld dat appellant feitelijk nog steeds de rol van secretaris vervulde en verantwoordelijk was voor de geconstateerde overtredingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het grote maatschappelijke veiligheidsbelang meebrengt dat reeds geringe twijfel aan de betrouwbaarheid van de houder van een verlof voldoende is om intrekking te rechtvaardigen. De Raad verwierp de bezwaren van appellant en vond dat de minister het besluit voldoende had gemotiveerd en dat de nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig waren.
De Afdeling stelde vast dat er geen sprake was van strijd met het vertrouwensbeginsel, motiveringsbeginsel of gelijkheidsbeginsel en dat het feit dat het openbaar ministerie pas recent was begonnen met het horen van betrokkenen geen reden was voor vernietiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning en het verlof van appellant wordt bevestigd wegens ernstige overtredingen en onbetrouwbaarheid.